Erfbelasting

Belastinginformatie

Belastingen

Zakelijke belastingen

Erfbelasting berekenen



Wanneer iemand komt te overlijden worden de eigendommen van deze verdeeld over de partner, de familieleden en/of kennissen. Over deze eigendommen en het geld dat geërfd wordt moet echter wel belasting betaald worden in de vorm van de erfbelasting. Deze is in 1956 ingesteld, maar in 2010 heeft de overheid flinke veranderingen aangebracht in de voorwaarden en regelingen omtrent de erfbelasting, waardoor er nu veel meer duidelijkheid omtrent deze belasting is gekomen.



Vóór 2010 heette de erfbelasting nog het successierecht. Echter is er na de vele veranderingen voor gekozen om ook een nieuwe benaming hieraan te geven. De erfbelasting is een dubbele belasting. Het geld dat gespaard en/of verkregen is door de overledene is namelijk aan belast door middel van de inkomstenbelasting. Wanneer deze erfenis uitgekeerd wordt dient er echter weer belasting betaald te worden over het zelfde bedrag. De hoogte van de erfbelasting wordt door een aantal factoren bepaald, waaronder de relatie tussen de overledene en de ontvanger en de hoogte van het te ontvangen bedrag. Er moet binnen acht maanden nadat de overledene overleden is aangifte gedaan worden van deze belasting.

De partner van de overledenen hoeft niet veel belasting te betalen. De eerste €600.000 die verkregen worden zullen belastingvrij uitgekeerd mogen worden. Het bedrag boven deze €600.000 moet 10% betaald worden tot het limiet van €118.000 boven de €600.000. Over het bedrag boven de €778.000 moet 20% belasting betaald worden. De kinderen van de overledene hoeven over de eerste €19.000 die uitgekeerd wordt geen erfbelasting te betalen. De daarop volgende €118.000 wordt belast met 10% en elk bedrag hierboven zal belast worden met 20%. Wanneer kinderen van de overledene ziek of gehandicapt zijn mogen zijn €57.000 belastingvrij ontvangen. De andere percentages en bedragen het zelfde als de andere kinderen. De kleinkinderen van de overledene mogen ook €19.000 belastingvrij uitgekeerd krijgen. De daaropvolgende €118.000 wordt echter bij de kleinkinderen belast met een hoger percentage, namelijk 18%. Elk hoger bedrag wordt belast met 36%.

Wanneer een kind van een ouder komt te overlijden geldt er een andere regeling. De ouders van de overledene zullen namelijk €45.000 belastingvrij mogen ontvangen. De daarop volgende €118.000 wordt belast met wel 30%. Wanneer er een hoger bedrag dat €163.000 ontvangen wordt zal het resterende bedrag belast worden met een percentage van 40%.

Daarnaast zijn er nog andere erfgenamen, zoals kennissen of andere familieleden als broers en zussen, ooms en tantes en opa's en oma's welke ook als erfgenaam genoteerd kunnen zijn. Deze mogen de eerste €2.000 belastingvrij ontvangen. De daarop volgende €118.000 wordt belast met een tarief van 30%. Elk hoger bedragwordt met 40% belast.

Er kan door de overledene ook gekozen worden op de erfenis vrij van recht te laten worden. Dit betekent dat de erfgenaamd heeft geregeld dat een ander of een speciaal gespaard bedrag de kosten van de erfbelasting zal dekken. Dit zal tot gevolg hebben dat de nabestaanden een veel hogere erfenis uitgekeerd zullen krijgen.

De laatste jaren is er veel discussie geweest omtrent de erfbelasting wat er toe geleid heeft dat er in 2010 nieuwe regelingen gekomen zijn omtrent deze belasting. Echter zijn er nog steeds veel meningsverschillen omtrent deze vorm van belasting, waardoor er waarschijnlijk binnenkort weer een aantal veranderingen toegepast worden op de regelingen van de erfbelasting. Zo vindt men het bedrag dat betaald moet worden aan belasting over het geërfde bedrag van kinderen aan ouders te hoog. Gemiddeld moeten zij namelijk tot wel 20% van het bedrag afstaan aan belasting. Ook de broers en zussen van een erfgenaam moeten een hoop afstaan. Gemiddeld betalen broers en zussen 33% van het bedrag aan belasting.